Het Witte Paard en de Ruiter zoals in het Boek de Openbaring (Deel 1)
De Inwendige of Geestelijke zin van het Woord Onthuld
Wanneer valsheden de Kerk en de mens binnendringen en op een dwaalspoor leiden, wordt er gezegd dat de Kerk mettertijd naar een staat van verwoesting zal komen en zal beëindigen, en dat de mens in de hel komt en daar eindigt. U kunt zien dat dit aan het eind van de Oudste Kerk (de nakomelingen van Adam en Eva) met de zondvloed is gebeurd. U ziet het nog een keer met de verwoesting van de toren van Babel en de verwarring van de spraak, aldus het eind van de Oude Kerk (de nakomelingen van Noach en zijn drie zonen) en nogmaals toen de Heer op aarde naar de Israëlitische en Joodse natie kwam en de Christelijke Kerk stichtte. Bijna iedere Christelijke Kerk zal zeggen dat het Boek de Openbaring over het einde der tijden gaat, dat er een Nieuwe Kerk op aarde zal worden gesticht die wordt gezien als het Nieuwe Jeruzalem nederdalende van God uit de Hemel (zie hfdst. 21). Wat het Boek de Openbaring onthult is het einde van de Eerste Christelijke Kerken en dat een Nieuwe Christelijke Kerk op aarde gesticht wordt. Het probleem om dit te zien is echter dat het boek grotendeels in een symbolische taal is geschreven. Dus blijven de waarheden die daarin geleerd zijn een geheimenis. Vele jaren heeft de mens, door naar de geschiedenis van de vroegere kerken en de wereld in die tijd te kijken, getracht uit te leggen wat hierin werkelijk bedoeld wordt en heeft verklaard dat het Laatste Oordeel in de Openbaring het einde van deze wereld is. Er zijn argumenten en veronderstellingen gebruikt die op de historische gebeurtenissen in het Woord gebaseerd zijn. Aldus werd er vanuit de natuurlijke redenering en verstand van de mens uitleg van de betekenis van het Boek de Openbaring gegeven. Dit wordt 'als het ware' in het duister gedaan en mist elk licht van de Hemel dat nodig is om geestelijke waarheden te zien en te leren.

Een van beschrijvingen van Jezus Christus waarin het Witte Paard en de Ruiter voorkomt:
En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd HET WOORD GODS. En de heirlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad. En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: KONING DER KONINGEN, EN HEER DER HEREN (Openbaring 19: 11-18).

Studenten van de Bijbel en bijna alle Christenen die het Woord lezen zouden de betekenis van de Heer Jezus Christus als de ruiter van het witte paard onmiddellijk herkennen. En ze zouden gelijk hebben, maar nog niet weten wat het onderwerp hiervan is. We zien dat de tekst op zich over Zijn naam zijnde Het Woord Gods gaat, dat Hij getrouw en waarachtig wordt genoemd, en dat er een naam op zijn kleed en op zijn dij geschreven staat: KONING DER KONINGEN, EN HEER DER HEREN. Wie anders zou dit kunnen zijn dan de Heer Jezus Christus? Maar wat betekenen deze woorden verder? Wat beelden ze uit? Wat duiden ze aan? Komt de Heer Jezus Christus werkelijk op een wit paard uit de Hemel rijden? Ergens anders in het Woord staat dat Hij op de wolken van de Hemel neerdaalt. Hoe wordt de Hemel trouwens geopend? Veel meer vragen zouden gesteld kunnen worden over de betekenis van deze woorden, maar tenzij de inwendige zin van het Woord bekend wordt zou men nog geen idee van de betekenis hebben. Hier is het duidelijk dat het Woord niet in de natuurlijke of letterlijke zin goed begrepen kan worden.

Ten eerste, wat is hier het onderwerp? We weten immers dat het de Heer is, zoals we al hebben laten zien. Toch kan hier iets anders gezien worden: dat het onderwerp het Woord van God is, want zo wordt de Heer hier genoemd. En in feite weten we dat de Heer in het openbaar Zichzelf het Woord en de Waarheid heeft genoemd en dat in het Evangelie van Johannes gezegd wordt dat het Woord was God. Dus zien we dat het vaststaat dat het hier zowel over het Woord gaat als over de Heer, want ze zijn éen. In dit gedeelte echter kan men het Woord of de Heer niet duidelijk verstaan met betrekking tot wat er gezegd wordt. Letterlijk kunnen we deze woorden niet verstaan, toch zijn ze gegeven om ons op weg, dat wil zeggen naar onze verlossing, te leiden. Maar wij kunnen de betekenis ervan in de natuurlijke of letterlijke zin niet begrijpen.

Hieruit kunnen we vervolgens zien dat tenzij er een overeenstemming is tussen de geestelijke en natuurlijke zin van het Woord en deze overeenstemming bekend is, men niet kan weten wat het Woord betekent of aanduidt, en dus op het verkeerde pad geleid kan worden. Want dan begrijpt de mens het slechts volgens de letterlijke zin, en denkt hij dat die het echte ware is. In feite is dat wat de mens gedaan heeft. Zonder deze wetenschap binnenin zijn natuurlijke verstand, kan de mens alleen rationaliseren wat de betekenis van deze woorden is.

De leer van The Lord's New Chapel leert ons dat de Heer in het Woord van het Ware op aarde is wedergekomen, in een nieuwe Openbaring om een inwendige of geestelijke zin van het Woord te onthullen aan mensen die geloven in de overeenstemmingen daarin. Voor we beginnen met deze verzen open te maken naar het verstand moeten we weten wat een mens een mens maakt. Daarom wordt gevraagd: Is de mens slechts natuurlijk en tot een natuurlijk leven op aarde bestemd te leven tot zijn dood? Is dat de omvang van zijn bestaan? Of zal hij op een dag zijn natuurlijk lichaam afleggen, zijn natuurlijke staat van leven verlaten, en een geestelijke wezen met een geestelijke lichaam worden, een Hemels leven in de Hemel leven, dat wil zeggen als hij wederverwekt en verlost is? Als hij slechts natuurlijk en niet geestelijk is, zal zijn leven met zijn dood eindigen en hoeft hij zich over een toekomstig bestaan, een leven in de Hemel of een dood in de hel, geen zorgen te maken. Anderzijds, wanneer hij deze wereld verlaat en in de geestelijke staat van zijn leven komt te leven, een geestelijk wezen wordt en zijn geest in de geestelijke wereld komt, laten we hopen in de Hemel en niet in de hel, dan is hij noodzakelijkerwijs zowel een natuurlijke als een geestelijke mens. Hij leeft zijn natuurlijke leven nu in deze wereld en na zijn natuurlijke dood leeft hij zijn geestelijke leven in de geestelijke wereld, al is hij zich daar niet van bewust. Dat is wat des Heren Nieuwe Kerk en The Lord's New Chapel leert en gelooft. Als Christen geloven we dat God in Zijn schepping de mens niet voor de hel heeft geschapen of bestemd, maar voor de Hemel. Toch weten we dat als de Heer niet op aarde was gekomen en de mens niet had verlost, dat de mens niet verlost of zalig gemaakt zou kunnen worden, maar in de hel terecht zou komen. We weten ook dat voor de zondeval de mens met de engelen en met God kon communiceren en rechtstreeks gemeenschap kon hebben. Deze mens had perceptie. Hij kon de waarheden van de Heer van binnenuit leren en kennen. De Heer was tegenwoordig met de mens. Dit is wat het is om het Woord van het Ware, van het Goede en Ware van God binnenin in de wil en het verstand te hebben. Zeggen we niet heden ten dage dat de Heer Zijn woonplaats verlangt te maken in ons binnenste wezen? Zegt het Woord niet dat de Heer aan de deur klopt dat het hart van een mens geopend wordt, dat Hij binnen kan komen en het avondmaal delen?

In het verhaal van Genesis lezen we dat God eerst de Hemel en de aarde schiep. Uit een natuurlijk verstaan denken we aan een tijd en een ruimte en dus aan het heelal waar de mens op deze aarde leeft, en dan met verder nadenken aan een 'plaats' de Hemel waar we op een dag hopen te komen. Denk nu aan de tijd dat de Heer hier op aarde was, en Hij over de Hemel gevraagd werd. Zei Hij niet dat de Hemel binnenin ons was? Als u nu probeert abstract te denken, realiseert u dan dat door 'de Hemel' het geestelijke bestaan van de mens wordt bedoeld waar God binnenin ons woont en door 'de aarde' het natuurlijke bestaan van de mens wordt bedoeld waar hij 'als het ware' leeft uit zichzelf zonder de Heer, tenzij hij de Heer in zijn leven begint te accepteren. (Dit leven op aarde met of zonder de Heer heeft te maken met de vrije wil van de mens en zal later, in een volgende leergang, worden behandeld).

Aldus wordt de mens met een geestelijke en een natuurlijke aard geschapen. Er zijn natuurlijk vele andere passages in het Woord waarin wordt geleerd dat een mens met een natuurlijke en een geestelijke staat is geschapen. Daarom wordt in het boek de Openbaring gezegd dat de Hemel werd geopend. Wat of waar is de Hemel? Is het ergens boven in het grote kosmische uitspansel? We weten nu dat dat niet zo is, maar dat de Hemel binnenin ons is. Nu hebben we in dit gedeelte van het Woord laten zien dat het onderwerp het Woord zelf is, het is het Woord dat voor het verstaan geopend wordt. Een vraag: Als de Heer of het Woord nu voor de mens geopend is om te begrijpen, wat wordt er dan gezien en wat kan er geleerd worden? Als iets geopend wordt en men kan zien wat het is, begint hij of zij niet ook te begrijpen wat voorheen gesloten voor hem was, zoals deze geheimenis over het witte paard? Had de mens zich niet afgewend van God, zijn gemoed en zijn hart, zijn verstaan en zijn wil gesloten? Zijn niet de gedachten en aandoeningen nu uit zichzelf in plaats van uit God? Dus is het de geestelijke en de inwendige zin die hier wordt omschreven.
Een vraag: is de Hemel voor u geopend? Is het Woord geopend zodat u ziet wat in de letterlijke zin verborgen is geweest? Verstaat u wat er inwendig en geestelijk geschreven is in het Woord? Weet u wat het witte paard en al het andere dat over de Heer in deze verzen geschreven is betekent? Of heeft u uw verstand gesloten en weigert u iets te accepteren behalve wat u uit uw eigen natuurlijke redenering verstaat of wat anderen leren die denken het te verstaan?

U heeft net gelezen dat er overeenstemmingen tussen de natuurlijke en de geestelijke wereld zijn. In het verleden waren deze overeenstemmingen bij de mens bekend. Daardoor kon hij de Heer, de Hemel en het geestelijk Woord verstaan. Uiteindelijk zou de mens ooit in de Hemel wonen want daarom is hij geschapen. Deze geestelijke wetenschap had hij lief want die bracht hem dichterbij God, en tot de kennis van God, Zijn liefde en Zijn waarheid. (God die de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid is heeft de mens lief en wil deze hoedanigheden van het Goede en het Ware met hem delen.) Destijds heeft het de mens behaagd over deze waarheden te schrijven in de stijl die we vandaag zien, zoals in de eerste 12 hoofdstukken van Genesis. Later gingen de verhalen over echte geschiedenis, maar zoals in de verzonnen geschiedenis van de eerste 12 hoofdstukken betekenen alle woorden iets over de Heer God en over de Hemel. Aldus konden de engelen in de Hemel het Woord net zo goed verstaan als de mens op aarde. Gedurende de vele jaren dat het Woord is geschreven, zijn er gedeelten waar, wanneer deze bestudeerd worden, men kan zien wat bepaalde woorden in de inwendige of geestelijke zin betekenen. Een van die woorden is 'paard'. Laten we dat nu bevestigen zodat we de inwendige of geestelijke betekenis ervan kunnen leren.

Uit de vele passages in het Woord waarin het woord 'paard' wordt gebruikt, zien we dat God op paarden heeft gereden, dat Jehova het paard zou slaan, dat het paard veracht wordt, dat er vurige paarden zijn en veel meer. Eerst de verzen van Habakuk over het paard: Heer! Gij reedt op Uw paarden, Uw wagens waren heil &…; Gij betradt met Uw paarden de zee (3: 8,15). En in het boek Zacharia staat: Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: DE HEILIGHEID DES HEREN (14: 20). Rijdt God op een paard? Betreedt Hij de zee daarmee zoals de letterlijke zin aanduidt? U ziet dat er hier iets geestelijks bedoeld wordt. Zo wordt ook met 'op de bellen der paarden staan de heiligheid' iets geestelijks bedoeld. Ergens anders staat er in het boek Zacharia dat Jehova alle paarden met schuwigheid zal slaan, hun ruiters met zinneloosheid en alle paarden van het volk van Juda met blindheid. Kent u dit soort gedrag toe aan de Heer? Zijn de eigenschappen en hoedanigheden van de Heer zo dat Hij zulke dingen tegen mens en dier zou doen? Er moet toch zeker een andere betekenis zijn dan wat er in de natuurlijke zin van deze woorden wordt aangeduid? Wat heeft dit te maken met de Kerk waarvoor het geschreven is?

In het volgende vers waarin er over een paard wordt gesproken beginnen we te begrijpen wat een paard in het Woord betekent. God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niets medegedeeld &…; Zij verheft zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder (Job 39: 20, 21). Hier wordt duidelijk gezien dat het paard het verstand betekent. In Psalm 45: 4 staat dat God op het woord van de waarheid rijdt: Gord Uw zwaard aan de heup, o Held! Uw majesteit en Uw heerlijkheid. En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid. En dan: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer &…; Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken &…; En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden &…; En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen (Ezechiël 39: 17,18,20,21). En in Openbaring: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods &…; Opdat gij eet het vlees der koningen, &…; en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten (19: 17, 18). Het is hier dat de Nieuwe Kerk gevestigd wordt, dat het verstand van het Woord geopend wordt en men in de leer van de waarheid onderwezen wordt. Is het niet onzin dat de Kerk zou eten en gevuld worden van het vlees der koningen, het vlees der oversten over duizend, het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten? In plaats daarvan, zijn zij die Zijn Kerk worden, niet met het verstand van het Woord gevuld wanneer de waarheden voor hen geopend worden, de inwendige of geestelijke zin verstaan wordt wanneer deze gegeten en toegeëigend wordt?

Men kan lezen over het boeksken waarvan de zegels alleen door het Lam geopend kunnen worden, waarvan vier paarden uitgingen, een daarvan een wit paard wiens rijder, zult u mee eens zijn, de Heer Zelf was. Wat komt er uit boeken? Toch zeker geen paarden, maar een verstand volgens het begrip van de lezer. Aldus wordt bevestigd dat een paard het verstand van het ware betekent of daar tegenover het verstand van het valse. Het paard is de overeenstemming tussen het natuurlijke en geestelijke verstand. U kunt zien dat de wetenschap van overeenstemming enige tijd onder de naties, die de Oude Kerk (Noach en zijn zonen) volgde, nog voort leefde, in Egypte in de hiëroglyfenschrift, in andere koninkrijken in Azië, in Griekenland in fabels zoals het gevleugelde paard. Na een tijd gingen de overeenstemming voor de mens verloren en heeft hij de overeenstemmende dingen tot idolen gemaakt en ging hij die aanbidden. Aldus heeft de Heer de Israëlieten bevolen geen gesneden beeld te maken van hetgeen in de Hemel of op aarde is en niet voor die te buigen (Deuteronomium 5: 8,9). Misschien zijn de overblijfselen van de wetenschap van overeenstemming zelfs heden ten dage in culturen te zien, zoals het gezegde in het Engels dat iemand 'horsesense' heeft wat 'gezond verstand' betekent.

Heden heeft het de Heer behaagd de wetenschap van overeenstemmingen in een nieuwe Openbaring te onthullen en de inwendige, geestelijke zin van het Woord te openen voor degenen die Hem liefhebben. Dit omdat vandaag de Heer een plaats heeft voorbereid voor degenen die naar Hem in liefde toegaan. Zowel het natuurlijke en het geestelijke leven van een mens is voorbereid, wanneer hij zich tot de Heer richt en het Ware in liefde leert omwille van het Goede en het Ware. In die mens komt de Heer wonen, Hij zegeviert over de boosheden die hem geteisterd hebben en onderwerpt deze in de hel.

De Heer is het Woord omdat Hij het Ware is. In een ander schrijven zal men zien dat de Heer zittend op een wit paard gerechtigheid en rechtvaardigheid betekent en dat Hij de macht heeft te verlossen. Het zal worden aangetoond dat de menigte die Hem op witte paarden volgt van de Nieuwe Kerk zijn en de goedheden en waarheden van de Hemel zijn die nu op de mens op aarde neerdalen. In dit schrijven werd gezegd dat het Woord een inwendige of geestelijke zin heeft en dat deze bekend en verstaan kan worden. Een mens kan een nieuwe wil en een nieuw verstand ontvangen, en dus een nieuwe redenering uit de Heer. Het is duidelijk dat het Woord iets geestelijks betreft, iets van de Kerk en dus dat de mens verlicht kan worden de geestelijke waarheden te zien die binnenin de letterlijke zin van het Woord liggen.
| About |
Site Content Copyright 2001 by The Lord's New Chapel All Rights Reserved
Site Concept and Creation Copyright 2001 by Stealth Media Solutions All Rights Reserved