Het Woord en de Geestelijke of Inwendige Zin ervan - 3
Wat maakt het Woord van God het Woord: De Leer vanuit de inwendige of geestelijke zin bezien.
Het Woord wordt alleen door middel van de leer die uit het Woord komt verstaan. Dus moet iedere Kerk haar leer volgens het Woord vormen. Het is de Christenen bekend dat het Woord dikwijls het Woord de Waarheid noemt, en dat het woord 'water' waarheden aanduidt. Dus komen waarheden, of worden waarheden uit het Woord geput zoals 'water' uit een bron. De Waarheid maakt de leer of de leringen van de Kerk en omdat mensen een Kerk maken, wordt dus de Kerk binnenin de mens bedoeld.

Door de leer heeft de mens overeenstemming met de Heer en aldus met de Waarheid. Laten we bekijken hoe en waarom dit zo is. De leer komt uit het letterlijk verstaan van het Woord omdat de mens in de natuurlijke graad van het leven leeft. Dat is onze huidige natuurlijke staat terwijl we hier op aarde leven. Het lijkt alsof de leer op de éen of andere wijze de mens met God verbindt; welke Christen gelooft niet dat de Heer op de een of andere manier bij hem is? Dit is echter niet het geval. Alleen maar omdat iemand deze waarheden ergens in zijn geheugen heeft opgeslagen, betekent niet dat dit het geval is. In feite hoort men dikwijls over mensen, priesters en predikanten, die het Woord van God bijna woord voor woord kennen, maar wiens leven verre van Christelijk is. En we kennen anderen die heel weinig van het Woord weten, maar heel dichtbij de Heer leven, dat wil zeggen, een goed leven leiden. Zo'n mens leeft volgens de waarheden, gewoonlijk de Tien Geboden, die hij uit het Woord neemt en waarnaar hij tot het beste van zijn vermogen handelt. Zulke waarheden hebben wel een overeenstemming tussen hem en God, maar niet voor degenen die er niet naar handelen.

We zien dat zo iemand de ware leer uit het Woord heeft, en daarom is de Kerk binnenin hem naarmate het goede in zijn leven, veel of weinig, maar niet naarmate wat hij in zijn natuurlijke verstand weet, al is dat nog zo veel. We moeten begrijpen dat de ware leer meer inhoudt dan een stel leringen kennen, over wat we behoren te geloven. Innerlijke waarheden moeten worden geleerd, want daarin zijn de waarheden die met ons innerlijke verstand zijn verbonden de zin waarin de engelen zijn en degenen in Gods tegenwoordigheid.

Hoe komt deze overeenstemming met innerlijke waarheid binnenin de mens? Anders gezegd hoe wordt de ware leer aan de mens medegedeeld? De sleutel ligt in het leven naar zijn verstaan van de waarheid. U kunt het zo zien: de engelen bij de mens zijn alleen in zijn innerlijke waarheden, en niet in zijn geheugen. Natuurlijk is de persoon slechts in het letterlijk verstaan van het Woord, dus hij weet niet dat dat het geval is. Maar omdat hij de Heer liefheeft, leeft hij volgens deze waarheden. De waarheden die hij leeft zijn in zijn aandoening en aldus in zijn wil. Zulke aandoeningen zijn de goedheden van de Heer en dus is er verbinding door middel van de leerstellige waarheden met de Hemel en met de Heer, en aldus een overeenstemming tussen hem en God.

Degenen die denken dat het Woord slechts letterlijk kan worden verstaan, begrijpen dit niet. Toch als u zich afvraagt of het wezen van God Liefde is, zult u begrijpen dat alle goedheden uit God komen. Nogmaals, als u zich afvraagt of het wezen van God ook Wijsheid is, ziet u dat alle waarheden uit Hem komen. Dan moet Hij toch zeker in het goede zowel als in het ware in de mens zijn als de mens gelang daar naar leeft? In feite ziet de mens de inwendige zin van het Woord niet, maar slechts de uitwendige of letterlijke zin. Maar dit betekent niet dat omdat hij weet wat waar en goed is, dat de mens het ware en het goede heeft. Zeggen we niet dat iemand 'goed' is of niet naar gelang hoe hij volgens de waarheden die in het Woord worden geleerd, leeft? Zo iemand vereert toch de Heer? Natuurlijk weten we dat zijn leven uit de Heer komt, die dat ware leven aan hem geeft.

Wat hier omschreven wordt is een mens, wiens leer slechts in de letterlijke zin van het Woord wordt gezien, maar wiens leer naar evenredigheid met zijn aandoening voor het ware en het goede daaruit wordt geleefd. Het punt is dat een zodanig ware leer alleen uit het Woord komt en het Woord of de Waarheid alleen uit God komt. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. In het Sacrament van het Avondmaal van de Heer, wordt er gezegd: Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. De mens weet dat dit betrekking heeft op de Heer, en als hij in de aandoening voor de Heer is en voor Zijn waarheden waarin er engelen zijn, dan is er een idee van liefde tot het lichaam van de Heer of het brood dat het lichaam uitbeeldt, en ook van liefde tot de naaste want die stemt overeen met het bloed of de wijn die Zijn bloed uitbeeldt. Hierin is er overeenstemming en wanneer er aandoening is vloeit het uit de Hemel uit de Heer door de engelen tot de heilige staat waarin de mens dan is. Aldus ontvangt de mens deze aandoening naar gelang het goede van zijn leven.

De engelen verblijven in deze aandoening voor het goede, net als duivels in de aandoening van de mens voor het boze verblijven. Men ziet hier dat als zijn leven het oneens is met leerstellige waarheden uit het Woord, de aandoeningen van het goede niet bij hem invloeit. Het gevolg is dat de leer bij zo iemand niet uit het Woord is, want zijn leven is niet volgens het Woord; zijn leven is uit een aandoening eer en rijkdom te verkrijgen doormiddel van leerstellingen uit het Woord.

De leer van een ware Kerk is dus uit het Woord, alhoewel het Woord niet zonder de leer wordt verstaan. In het verleden en zelfs heden ten dage bestaat er strijd over wat het Woord in de Kerken en zelfs in het eigen gemoed van de mens betekent. U kunt daarom begrijpen waarom er verscheidene godsdiensten zijn. Het Woord is echter geestelijk, want het Woord is de Heer en Het behandelt de geestelijke dingen van de Heer, van Zijn Koninkrijk in de Hemel en op aarde, dat wil zeggen, van de Kerk.

Zo'n strijd over waarheden in het algemeen helpt de mens tegen valsheden te strijden, zich te beschermen en van de valsheden verlost te worden. Maar strijd, twist en dispuut over de waarheid scheidt de mens van de Kerk, dat wil zeggen het verzwakt de waarheden van de Kerk. Zulke verzwakking komt uit het verstaan van de letterlijke zin van het Woord, of uit een algemene waarheid zoals een wetenschappelijke kennis van het Woord. Dit zijn de waarheden die van de letterlijke zin van het Woord zijn. Een dergelijk verstaan van de letterlijke zin lijkt dikwijls tegenstrijdig te zijn.

Deze waarheden, die wetenschappelijke of algemene waarheden worden genoemd, zijn niet de 'waarheden van het geloof' waaruit de leer tot de Kerk komt. De waarheden van het geloof komen alleen vanuit een uitleg van de voorafgaande, wetenschappelijke waarheden. Eenvoudig gezegd, wanneer deze uitgelegd worden, wordt de persoon onderricht. Zulke schijnbaarheden en opvattingen zijn dikwijls ongeziene of ongehoorde ware leringen. Het is echter de inwendige zin van het Woord waaruit zulke waarheden van de leer - 'waarheden van het geloof'- komen, het ware geestelijk zijnde en waarin de engelen in de Hemel zijn.

Veel mannen van de Kerk, zoals priesters en predikanten, leren en onderrichten de waarheden uit de letterlijke zin van het Woord. Er zijn anderen die leren en onderrichten vanuit de leer uit het Woord, - dit is de leer van het geloof van de Kerk. Het verschil kan in hun perceptie gezien worden. Het probleem komt wanneer men probeert het te onderscheiden. De gewone mens van de Kerk kan geen onderscheid maken omdat ze bijna hetzelfde zeggen. Hier is het verschil: Wanneer de letterlijke zin van het Woord onderricht wordt zonder de leer als leidraad, wordt er niets geleerd door zulke dingen die slechts natuurlijk of uitwendig zijn, want ze schijnen geen overeenstemming te hebben met geestelijke dingen.

Zij die echter leren en onderrichten uit de ware leer uit het Woord verstaan de dingen die geestelijk of inwendig zijn. Dus, omdat deze twee leringen bestaan, is er strijd binnenin en tussen de kerken. Het gevolg is dat het Woord alleen verstaan kan worden door middel van de ware leer, want de ware leer wordt geleerd en onderricht alleen vanuit de geestelijke zin van het Woord. Hoe moet iemand echter de ware leer van het Woord leren kennen? Hoe komt het dat sommigen - priesters en anderen - de geestelijke zin van het Woord verstaan terwijl anderen niet? Heden ten dage zouden de meeste mensen in de kerken zeggen dat de ware leer gezien, geleerd en onderwezen wordt vanuit de letterlijke zin van het Woord en gemakkelijk enig idee dat het Woord een inwendige zin heeft, verwerpen. De vraag is: hoe kan iemand uit de natuurlijke zin van het Woord opgeleid of verheven worden om de geestelijke zin in te zien?

Dit is het geval vanwege de zonde van de mens, zijn erfelijke aard, zijn neiging naar het boze; daarom is hij van het Goddelijke en van de geestelijke waarheden afgesloten. In feite, hebben zulke mensen hun eigene en de wereld meer dan de Heer lief. En zij zien vanuit het licht van de wereld, het natuurlijke licht van het verstand (lumen), en het geestelijke licht is als de duisternis voor hen. Wanneer het licht uit de Hemel het uitwendige van de mens binnengaat, verlicht het echter de mens.

Welk mens, die zegt gelovig te zijn, gelooft niet dat het Woord Goddelijk is? Kan iemand de Goddelijke waarheden van het Woord verstaan, tenzij door middel van een leer die uit het Woord komt? Wat hieruit komt is dat een zodanige leer uit het Woord een lamp (een licht, als het ware) wordt om hem te geleiden, te behoeden voor het vervallen in dwalingen omdat door een duisternis in zijn verstand en het genoegen van zijn wil, hij of zij naar de dingen van zijn eigen liefde en van de wereld geleid zou worden.

De lamp is de inwendige zin van het Woord waarin sommige mensen tot enige graad kunnen komen, en die voor iedereen openligt. Binnenin de uitwendige, de natuurlijke, is er een inwendige of geestelijke, want er kan geen uitwendige zonder inwendige zijn. Kan er een aarde zijn zonder Hemel? Zou de Heer de mens scheppen en hem van geen mogelijkheid voorzien met Hem verbonden te kunnen zijn, waaruit vreugde en blijdschap komen? Zou God niet een mens scheppen die een inwendige heeft, dat wil zeggen, een geestelijke of een Hemel in de minste vorm? Zou die niet het inwendige van de mens zijn? Het is daarin, in het inwendige van de mens dat het geestelijke Woord invloeit en hem verlicht en perceptie geeft, en hem leidt. Toch stemmen de natuurlijke ideeën van de mens overeen met deze inwendige verstandelijke ideeën, alhoewel ze hem niet gelijk schijnen, tenzij de mens leert wat de overeenstemmingen zijn. Zo wordt de mens verlicht en wordt zijn inwendige zin geopend naar mate het licht dat hij in staat is te ontvangen, door middel van de kennis die hij zich toegeëigend heeft. De leer van het Woord is als een lamp voor degenen die het Woord met liefde daarvoor lezen.

De vraag blijft: waarvandaan ontvangt de mens de ware leer van het geloof, en wie zijn degenen die verlicht worden die in de ware leer zijn? Ten eerste, de ware leer komt niet uit iemand die niet verlicht is; de redelijke of natuurlijke mens is in schijnbaarheden van goedheid en waarheid, en daarvandaan komt hij in valsheden zoals wij gezien hebben. We moeten daarom naar een Goddelijke bron uitzien - het Goddelijke Zelf - welke het Goddelijk Menselijke is, dat wil zeggen de verheerlijkte Heer. Het moet duidelijk worden dat de Heer Zelf de leer is, want Hij is de Weg, de Waarheid en de Poort die naar een leven in de Hemel leidt.

Nu weten we dat ieder leer van het ware en het goede uit het Goddelijke Goede en het Goddelijke Ware komt en dat zij één zijn zoals in een huwelijk. Vanzelfsprekend is het Woord aan de mens aangepast, die in de natuurlijke is, en wiens redelijke uit het Goddelijke komt. De leer wordt door hem slechts in schijnbaarheden van geloof verstaan, en door zijn bevattingsvermogen gevormd. Toch hebben zulke schijnbaarheden, in het Woord gezien, binnenin geestelijke waarheden en goedheden uit een hemelse bron en die twee - geestelijke waarheden en hemelse goedheden - worden verbonden, al realiseert de mens dit niet.

Er is een proces waardoor de mens verlicht wordt en dat door het Goddelijke dat hem binnengaat in een ware Redelijke uit de Heer is, maar niet het tegengestelde, dat de mens het Goddelijk Redelijke van de Heer binnengaat. Dit is hetzelfde als de Ziel die het lichaam binnengaat en vormt, maar niet het lichaam in de ziel, het is zoals het licht de schaduw binnengaat en matigt maar niet andersom. Dus wanneer iemand zijn natuurlijk redelijke voor dingen die van de leer zijn raadpleegt wordt die leer van nul en gener waarde van het Goddelijke ware. Het proces van verlichting is door de Heer Zelf gemaakt toen Hij op aarde kwam, want het Goddelijke ging Hem binnen en vandaag de dag kan het Redelijke uit Hem nu de mens binnengaan. Het Woord Zelf is niet de leer zoals vele mensen heden ten dage denken. Maar de leer is uit het Woord, zij is uit het Woord voortgekomen.

Laten we de waarheid over hoe de verlichting tot iemand komt, uitleggen. Iemand die de waarheden uit het Woord verzamelt moet door de Heer worden verlicht, en hij wordt verlicht wanneer hij de waarheid omwille van de waarheid liefheeft en niet omwille van zichzelf of van de wereld. Zulke mensen communiceren met de Hemel en dus met de Heer. Op deze wijze zien zij de waarheden uit het Woord zoals degenen in de Hemel die zien, dus in de geestelijke zin. Het is de inwendige van de mens die verlicht wordt.

Tenslotte om verder te gaan met de uitleg van dit proces kan men zien dat terwijl goedheden en waarheden uit de Heer door de Hemel in het verstand van de mens invloeien, vloeit de Heer ook in de mens met geloof. Dat is echter alleen met medewerking in een nieuwe wil, die op zo'n moment door het ware omwille van het ware wordt teweeggebracht. Zo wordt de leer van het ware en het goede aan de mens gegeven.

Niettemin zien we dat deze leer het Woord in de letterlijke zin staaft, want het is een feit dat wanneer iemand uit de leer denkt, hij waarheden in het Woord uit zijn leer en volgens zijn leer ziet. En hij gaat de dingen die niet overeenkomen met zijn leer of er tegenstrijdig schijnen, voorbij zonder deze te zien of te verstaan. We moeten er echter op wijzen dat zelfs een ongelovige dit weet.

Toch is er een ware leer van de waarheid uit het Woord en zij die daarin zijn, zijn in de verlichting als zij het Woord lezen. Die mensen staan niet stil bij de dingen van het Woord die alleen in schijnbaarheden zijn of volgens het gewone bevattingsvermogen van de mens. Ze realiseren dat wanneer deze schijnbaarheden onthuld worden, en 'als het ware' ontkleed zijn, de waarheid in zijn naaktheid verschijnt. Dus de valsheden, die uit de begoochelingen van de uitwendige zin komen, blijven niet bij hen. Noch de zelfliefde of liefde van de wereld; deze vallen weg. Hieruit kunnen we verstaan dat de ware leer van de Kerk zich in de inwendige zin van het Woord bevindt, en niet als iemand slechts de letterlijke zin ziet, alhoewel de letterlijke zin wel de leer staaft.

Terugblik: het Woord wordt niet verstaan tenzij door middel van de leer uit het Woord, omdat de leer van de Kerk ten eerste uit het Woord moet zijn. Daarna hebben we gezien dat het Woord niet verstaan wordt zonder de leer. Vervolgens, dat de ware leer is als een lamp voor degene die het Woord leest, en dan gaan we begrijpen dat de ware leer moet komen uit degenen die in de verlichting uit het Woord zijn.

(Dit onderwerp wordt in het volgende leerstellige stuk vervolgd waarin wordt geleerd dat het Woord verstaan kan worden door middel van de leer die gevormd is door iemand die verlicht is. En andere dingen zullen behandeld worden die betrekking hebben over hoe het Woord uit de leer wordt verstaan.)
Einde.
| About |
Site Content Copyright 2001 by The Lord's New Chapel All Rights Reserved
Site Concept and Creation Copyright 2001 by Stealth Media Solutions All Rights Reserved