Het Woord en de Geestelijke of Inwendige Zin ervan - 2
Wat maakt het Woord van God het Woord: De Leer vanuit de inwendige of geestelijke zin bezien.
Mensen van welke godsdienst dan ook accepteren dat er een Woord moet zijn - enige Openbaring van God - dat Zijn wensen voor hun welzijn uitdrukt. Voor de Christenen is dat gewoonlijk het Oude en het Nieuwe Testament. Dit wordt als gewijd en als heilig aanvaard. Bij de leden van de Nieuwe Kerk is er een nieuwe Openbaring welke ook aanvaard is - het Woord van het Goddelijk Menselijke. Het Goddelijk Menselijke is de Verheerlijkte Heer Jezus Christus die uit de graf is opgestaan. Dit nieuwe Woord wordt zo genoemd omdat het in het Latijn is geschreven en wordt daarom soms het Latijnse Woord genoemd. Het is ook bekend als het Derde Testament, omdat het na het Oude en het Nieuwe Testament naar de mens is gekomen.
In de voorafgaande leerstellige stukken is aangegeven dat er binnenin het Woord een inwendige zin is die de wezenlijke zin onthult, terwijl de letterlijke zin slechts schijnbare waarheden onthult. Deze letterlijke en natuurlijke waarheden zijn aangepast aan het verstand van de mens, omdat we nu in de natuurlijke wereld leven en van God en van de Hemel zijn gescheiden. Vanzelfsprekend wil de Heer dat wij Zijn waarheden verstaan en niet slechts overeenkomstig de natuurlijke waarheid, die als die letterlijk genomen wordt, vaak tot valsheden leidt. De reden is duidelijk, omdat dikwijls het begrip van de letterlijke zin tegenovergesteld is aan de eigenschappen en hoedanigheden van de Heer. En soms is er een tegenstrijdigheid als het Woord in de natuurlijke zin wordt bezien, dat komt doordat het zelfs door een geleerde niet begrepen is.
Om het Woord zodanig te verstaan dat de wezenlijke waarheden ervan gekend en erkend worden, is het noodzakelijk verlicht te worden. Er wordt echter een fout gemaakt door zelfs degenen die het Woord zien als vanuit God en als Goddelijk, ongeacht of zij de overeenstemmingen die onthuld zijn in het Latijnse Testament kennen. De fout is in de mens geworteld, vanaf zijn val uit het paradijs. Dit zijn zijn overgeërfde boze neigingen. Dit is ingebed in zijn verlangen vanuit zichzelf en de wereld te leren kennen wat waar en goed is en niet vanuit God. We kunnen deze waarheid zien in het voorzien door God van de boom des levens of van het leven in het midden van de Hof van Eden en het waarschuwen niet van de boom der kennis des goeds en des kwaads te eten, die ook in de hof was. Onnodig te zeggen dat de mens niet geluisterd heeft en hij zich snel buiten de hof bevond zonder de liefde en de tegenwoordigheid van de Heer. Vanzelfsprekend heeft de Heer de mens niet verlaten, maar de mens kon Hem niet meer, zoals voorheen, horen vanwege zijn zonden. God moest een andere weg vinden waardoor de mens Zijn waarheden zou horen en Zijn liefde zou kennen.
Zelfs wanneer het Woord natuurlijk wordt verstaan wordt dit bewezen, want daarin zien we de liefde van de Heer onthuld. Het resultaat is te zien over de vele duizenden jaren sinds de mens zich van God afkeerde zoals uitgebeeld in het eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. We zien dat Hij Zich onthuld heeft in het geschreven woord van het Oude en Nieuwe Testament en in een eerder Woord, zoals in het Oude Testament wordt aangetoond. Daarvóor kwamen de waarheden van binnenuit door middel van perceptie naar de mens. Nu komen ze echter uitwendig het gemoed van de mens binnen, door middel van de natuurlijke zinnen. Dit heeft over de vele jaren heen tot het stichten van vele 'kerken' geleid (zie de vijf lezingen over de Kerken). Er is nog een betekenis van het woord 'Kerk' dat de leden van de Nieuwe Kerk gaan verstaan. Zij zien de 'Kerk' als de woonplaats van de Heer binnenin een mens. Dat is het goede van de Heer en Zijn waarheden in de mens wat wordt gezien in zijn liefde of naastenliefde en wat zijn geloof is. In de Evangeliën wordt hierover gesproken als de Heer zegt dat de Vader en Hij tot zo iemand zullen komen en een woning bij hem zullen maken. Waar we dit waarnemen is ons gemoed, onze wil en ons verstand, wat in het Woord vaak wordt aangeduid als ons 'hart' en gemoed want dat is waar niet alleen waarheden binnenkomen maar ook waar onze aandoeningen en verlangens zich bevinden.
Het probleem is dat er naast de waarheden die ons in het Woord worden geleerd, ook begoochelingen en valsheden binnenkomen omdat ons verstand slechts natuurlijk is en wij waarheden slechts in schijnbaarheden zien. We hebben al aangegeven dat dit komt doordat de waarheden nu via een uitwendige weg door middel van de zintuigen en uit de wereld bij de mens moeten komen. De geestelijke zin wordt zodanig niet langer verstaan. Éen van de waarheden of een leerstelling van de Nieuwe Kerk is dat in de wederkomst van de Heer, er ook een nieuwe Openbaring is gegeven waarin de inwendige of geestelijke zin onthuld is en de wezenlijke zin geleerd, gekend en erkend kan worden. De reden dat deze Openbaring zo laat kwam of niet in het Oude en Nieuwe Testament onthuld werd is dat de mensheid eerst op de Komst van de Heer voorbereid moest worden en Hij Zijn rechtmatige plaats in Zijn Rijk - waar Zijn waarheid en goedheid regeert - nogmaals binnenin de mens moest nemen. Vanzelfsprekend is dit de Hemel en zoals de Heer Zelf leerde is de Hemel binnenin ons. Het ontwikkeling hiervan is de Kerk binnenin de mens. Dit wordt uiteengezet in de vijf lezingen over de Kerk op aarde.
Tenzij de mens verlicht wordt, wordt het Woord niet verstaan. Dus in die zin, ook al heeft iemand het Woord, zelfs het Derde Testament waaruit hij de overeenstemmingen tussen de Hemel en de aarde leert, en gaat begrijpen wat wordt aangeduid door verschillende dingen in de geschiedenis, verhalen, gelijkenissen en profetieën van het Woord, dan nog moet hij verlicht worden om de geestelijke en wezenlijke waarheden te verstaan. Het is de menselijk redelijke dat verlicht moet worden want zoals we gezien hebben toen de mens de waarheden uit de Heer verwierp en de waarheden vanuit zijn eigene ging leren, kwamen de boosheden mettertijd bij hem binnen. En heden ten dage is er de neiging in de mens de wegen van zijn ouders en zelfs van zijn voorouders te erven, dat wil zeggen,te zondigen.
U bent waarschijnlijk op het idee gekomen dat iedere Kerk haar eigen leer vanuit het Woord ontleent en door het Woord bevestigt. Éen geloof zegt éen ding en een ander geloof zegt iets anders al is het onderwerp hetzelfde. Dit komt in feite doordat het Woord in de letterlijke zin niet constant met zichzelf is, en in sommige plaatsen zich tegen schijnt te spreken. Dus is het niet vreemd dat het heden verschillend vertolkt wordt door verschillende Kerken. Dit doen ze om hun lichamelijk en wereldlijke liefden te bevestigen en te verdedigen.
Als het nu de liefde is dat het geloof van iemand en zijn affiliatie met de Kerk bepaalt, dan is het de liefde die ons verlicht doet worden en ons echte waarheden doet zien. Hierin is de sleutel als het ware die ons verstand verlicht - de liefde. Ten eerste begint verlichting met liefde voor de waarheid. De meeste mensen zouden zeggen dat God het verlangen de waarheid te kennen aan iedereen heeft gegeven, vooral wanneer het betrekking heeft op een fatsoenlijk en gelukkig leven op aarde hebben, een beetje rust en plezier in zijn leven, en de geheimen van het leven kennen. Dus leest hij het Woord omdat hij de waarheid wil weten, en het op een of andere manier nuttig voor hem kan zijn. In welke Kerk dan ook bevestigt de mens dat hij de waarheid liefheeft, dat hij de Heer liefheeft maar toch zijn er verschillen in het geloof van iedereen. En vanzelfsprekend zegt iedereen dat hij verlicht is en dat zijn geloof het ware geloof is, enz. Tenslotte heeft hij wel het ware lief, en verlangt hij het ware te kennen. Bij nader onderzoek van die liefde echter, zult u zien waarom hij doorgaans niet werkelijk verlicht is. Is het niet zijn liefde die de waarheid wil? Een vraag: Wat is zijn liefde? Waarom heeft hij de waarheid lief? Wat is zijn reden de waarheid te willen kennen? Misschien wil hij bekendheid, of rijkdom en macht, aanzien, reputatie, en natuurlijk, voordeel. Met andere woorden de liefde van zo iemand is van en voor zichzelf. Daarom is de verlichting die hij heeft alleen van deze wereld, het is uit eigenliefde. Denk eraan dat een dergelijk zelfzuchtige liefde de oorzaak was dat de innerlijk van de mens voor de Heer gesloten en afgescheiden van Hem was.
De liefde die verlichting aan de mens brengt is dus niet slechts zijn liefde voor de waarheid, maar is zijn liefde voor de waarheid en het goede, want ze is de waarheid en ze is goed. Dit zijn de mensen die niet slechts aandoening voor de waarheid hebben maar die het goede van het leven liefhebben. Door 'het goede van het leven' wordt het leven uit de Heer, Die binnenin is, bedoeld en niet het leven opeisen als van hemzelf. Deze liefde opent nogmaals de inwendige of geest van de mens zodat hij de Heer ziet als Zijn leven komende van binnenuit; hij is slechts een vat waarin de waarheden van God en Zijn goede invloeit. Op deze wijze wordt de mens opgeheven in het licht van de Hemel. In werkelijkheid is de Hemel binnenin, want zoals Hij gezegd heeft, is de Heer daar binnenin.
Nu zien we dat verlichting in feite het openen is van het innerlijke van het gemoed waar de Heer binnenin de mens is, zoals de boom des levens middenin de hof was waar de mens moest leven. De mens houdt aldus het Woord heilig en gewijd, ook al is hij zich dikwijls niet bewust van de heiligheid ervan. Hierdoor leidt de Heer de mens tot verlichting. We zien dat het niet de mens zelf is die leidt, maar de Heer. Het gevolg is dat mensen die de waarheid liefhebben door de Heer worden geleid en zijn zij degenen die overeenkomstig de Goddelijke waarheden leven. Op deze manier wordt het Woord levend gemaakt binnenin de mens, overeenkomstig het leven van zijn liefde en geloof. Hij gaat begrijpen dat de dingen van zijn eigen inzicht niet van het leven zijn. Er is geen leven daarin omdat ze van het eigene zijn, dat wil zeggen, van zichzelf, niet van de Heer. Wie kan niet zien dat als er niets van de Heer bij de mens is, de mens geen werkelijk leven heeft, geen eeuwig leven, en het leven dat hij denkt te hebben is in 't gunstigste geval slechts een schijnbaar leven en is dikwijls helemaal geen leven maar leidt slechts tot eeuwig verdoemenis? Dit is geen leven, het is de dood, want in Genesis staat dat zij die van de kennis van goed en kwaad namen en aten, zij die deze kennis zich toeëigenden als uit zichzelf, zijn gestorven. Deze waarheden die ze van God genomen en opgeëist hebben als uit hun eigen gemoed, hebben dus geen leven want er is niets van het goede daarin en ze zijn valsheden in plaats van waarheden. Het leven is van de Heer, het is Zijn goedheid en Zijn ware in de mens. Zij die zich in een valse leer bevestigen kunnen niet verlicht worden.
Het is het verstand van de mens dat verlicht wordt; het verstand is ontvankelijk voor de waarheid, de wil ontvankelijk voor het goede. In het verstand komen ideeën en daaruit komen gedachten waarin leerstellige dingen gevormd en waargenomen kunnen worden. Deze ideeën zijn natuurlijk, aangezien de mens in deze wereld leeft. Hij denkt dus in de natuurlijke zin. In de wereld kan de mens, doordat hij slechts in zijn natuurlijke leeft, geen geestelijke dingen begrijpen tenzij hij verlicht wordt. Hij moet dus het ware omwille van het ware liefhebben, dat wil zeggen, een goed leven leven dat alleen uit de Heer komt Die binnenin hem woont in een nieuwe wil en een nieuw verstand. Zoals gezegd, is het het verstand dat verlicht wordt. De vraag is: als een mens, terwijl hij in deze wereld is, niet geestelijk kan denken tot hij in geestelijke ideeën komt na zijn dood en in de geestelijke wereld, waarin is dan zijn verlichting die hem moet leiden terwijl hij in deze wereld is?
Hoewel het waar is dat hij niet, zoals de engelen en zelfs de goede geesten, geestelijk kan denken, kan hij wel abstract denken. Zijn ideeën en gedachten betreffende de ware leer en de kennis van echte waarheden zijn aan zijn huidige staat aangepast, want is de dood niet de afwezigheid van het leven van de Heer bij de mens? Worden de waarheden en goedheden van de Heer niet levend gemaakt bij de mens wanneer valsheden en boosheden afwezig zijn en ze 'als het ware' opzij zijn gelegd? In die zin wordt de mens verlicht en zijn ideeën en gedachten worden geestelijk-natuurlijk, dat wil zeggen, hij leeft dan in zijn geest in de geestelijke wereld terwijl hij hier in de natuurlijke wereld leeft, al is hij zich daarvan niet bewust.
Waarvandaan krijgt de mens zijn ideeën en zijn gedachten? Tegenwoordig is de mens zover van de waarheid, dat wil zeggen van de Heer Die de Waarheid en de Weg is, verwijderd dat hij denkt dat het zijn eigen waarheden zijn, van zichzelf, dat hij tot zijn eigen waarheid komt. Hij denkt dat het goede is wat hij liefheeft, en daarom dat het de waarheid is. Toch zou hij helemaal geen verstand hebben zonder perceptie, of die van binnenuit van de Heer Zelf of van buitenaf door zijn zintuigen komt. Een mens ontvangt zijn ideeën van anderen, uit de geestelijke wereld, van goede of boze geesten, want we hebben laten zien dat hij niet langer direct met de Heer is verbonden, omdat hij 'als het ware' uit het paradijs is verzonden. Toch is dit waar het leven vandaan komt, uit de Heer, dat wil zeggen, de Heer Die bij hem direct tegenwoordig was, maar nu afgesneden is. Tenzij hij naar het Woord van de Heer luistert en eraan gehoorzaam is omdat hij de waarheid omwille van de waarheid liefheeft, is die tegenwoordigheid nu weg en er blijft niets anders over dan valsheden en het boze. Er is maar éen leven en dat is van de Heer. Het gaat uit van, of vloeit uit van de Heer in de mens, óf door middel van de engelen en de goede geesten, of door middel van boze geesten en uit de hel. Hoewel zijn gedachten in valsheden zijn veranderd, komt het Ware nog altijd tot de mens; een zodanig leven wordt in het Woord de dood genoemd. Deze zijn boze geesten, de duivels, dat wil zeggen, deze zijn waarheden die tot valsheden en goedheden die tot boosheden zijn veranderd, omdat de mens slechts liefde voor zichzelf heeft.
Komen niet de boze gedachten vanuit de hel en de goede gedachten vanuit de Hemel waar God is met de engelen? Komen niet de ware ideeën en gedachten uit de Heer en de Hemel, en de valse ideeën en gedachten uit duivels en boze geesten wiens verblijf in de hel is? Het geloof dat tot de Hemel leidt is uit de Hemel; het is waar het ware geloof van de mens geopend of in de mens kenbaar gemaakt wordt, waar zijn hoedanigheden bekend worden. Dit is waar het ware leven van de mens ligt. Het is waar de engelen en de mensen verbonden worden met de Heer in Zijn Liefde en met Zijn Wijsheid, en is dienovereenkomstig zijn liefde.
Als Christen weet men dat er na dit leven een ander leven is - een eeuwigdurend of eeuwig leven - en daarom een geestelijk zowel als een natuurlijk leven. Men kent dus dit leven - het natuurlijke leven - en een leven dat in een andere wereld is - een geestelijke wereld - waar hij ooit een keer zal gaan. Nu, hoe denkt u dat de mens die in de andere wereld moet leven - de geestelijke wereld - daar komt en daar bestaat en daar leeft? Is het niet waar dat God ons een levend ziel heeft gemaakt met een geest en een lichaam? Leven we niet in deze wereld in ons lichaam, vanaf onze voorvaderen, omdat het ware leven is verworpen, het geestelijke leven waarin God binnenin leeft?
Als de geest nu afgesloten is, 'als het ware' dicht voor ons is vanwege onze zonde, is die niet nog steeds in ons? Dus wanneer wij, die nu in de natuurlijke staat leven en die de waarheid liefhebben omwille van het ware, verlicht worden, komt de waarheid van de Heer binnenin ons en verlicht onze geest waarin het leven voortgaat. Blaast niet Jehovah God, de Heer God levensadem in ons en worden wij niet een levende ziel? En dus worden de waarheden van de Heer met onze geest verbonden en gaan de valsheden, die in ons zijn, vluchten.
We hebben gezegd dat verlichting van het verstand is en dat een vals verstand uit de hel is omdat het éen is met boze geesten. Dus een mens kan denken, omdat hij ideeën en gedachten ontvangt en ontwikkelt, door middel van het goede uit de Hemel óf door middel van het boze uit de hel. Ten gevolge ontwikkelt de mens een redelijke en als de ideeën en gedachten uit de Heer komen en dus waarheden zijn, komt het redelijke dat in de mens gevormd wordt uit de Heer. Het is een nieuwe Redelijke uit de Heer en niet uit de mens zelf. Dan is het dat een leven van beredenering uit waarheden en uit een wil tot het goede geleefd wordt en niet slechts in het geheugen wordt bewaard, wat helemaal niet geloven is. Een zodanig leven in het geheugen is verstoken van alle leven van perceptie en aandoening van de Heer. Dit nieuwe leven is uit het Redelijke dat waarlijk van de Heer is binnenin de mens.
Ten slotte, wat verlicht wordt is de letterlijke zin van het Woord. Tenzij het duidelijk wordt gemaakt, verstaat men slechts schijnbare waarheden, waarvan vele als ze bevestigd worden slechts tot begoochelingen leiden, zo niet mettertijd tot valsheden. Zo'n mens is zonder verlichting. Deze worden mettertijd valse ideeën en gedachten die tot de hel leiden. Een zodanig gemoed is verduisterd en de Heer is nog verder weg. Het bevestigen ervan wordt zelfs in het hiernamaals niet verwijderd.
Einde.
| About |
Site Content Copyright 2001 by The Lord's New Chapel All Rights Reserved
Site Concept and Creation Copyright 2001 by Stealth Media Solutions All Rights Reserved