Het Woord en de Geestelijke of Inwendige Zin ervan Wat maakt het Woord van God het Woord: De Leer vanuit de inwendige of geestelijke zin bezien.
In de vorige drie leergangen - Het witte paard en de Ruiter - is de inwendige of geestelijke zin uitgelegd en konden we zien dat door het 'witte paard' het verstaan van het Woord wordt aangeduid. De meeste Christenen denken dat zij het Woord verstaan, en als er iets is dat ze niet begrijpen, dat niet juist klinkt, of verwarrend lijkt, verontschuldigen ze zich en zeggen dat dat iets voor de experts, de predikanten, de priesters en de theologen is. Anderen zeggen dat zulke diepe godsdienstige dingen voor de hiërarchie van de Kerk gereserveerd zijn en het voor hen niet nodig is deze te weten. Net zoals bij het Woord van het Oude en Nieuwe Testament zien degenen die het als heilig accepteren als onthullingen die van de Heer God komen. Zo moet ook de inwendige of de geestelijke zin als heilig, dat wil zeggen als de waarheid, worden aangenomen. Daarom moet de inwendige of geestelijke zin van het Woord ook bezien worden als een onthulling die van God komt. In het Boek de Openbaring van het Nieuwe Testament staat dat een Nieuwe Kerk op het Woord gesticht zou worden en door de Heer tot stand worden gebracht. Toch vertoont een louter letterlijke verstaan van de woorden van het Oude en het Nieuwe Testament geen Nieuw Woord voor deze Nieuwe Kerk. Hierover lezen we het volgende:
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is (Openbaring 21: 1,2). Zelfs al ziet men de inwendige of geestelijke zin niet van woorden zoals 'aarde', 'hemel' of 'zee', worden deze woorden in de letterlijke zin wel begrepen. Iedere Christelijke geleerde of leerling zou echter zeggen dat door het woord 'bruid' de Kerk wordt bedoeld en dat de Heer als de echtgenoot gezien moet worden. Dus moet de profetie waar Johannes over spreekt wanneer hij de heilige stad het nieuwe Jeruzalem noemt die als een bruid is bekleed worden verstaan als een Nieuwe Kerk die door de Heer Zelf is opgericht. En net zoals de Israëlieten en de Joden Gods Woord moesten horen, en bepaalde mannen - Mozes en de Profeten - geïnspireerd werden het Woord van het Oude Testament te schrijven en Johannes, Mattheus, Lukas en Markus geïnspireerd werden het Woord van het Nieuwe Testament te schrijven, kwam er nog een openbaring van de Heer. Dus moet er een nieuwe uit God geopenbaard Woord voor deze Nieuwe Kerk zijn dat gezien wordt nederdalend uit de hemel als de stad het nieuwe Jeruzalem beschreven in het boek de Openbaring van het Nieuwe Testament. De leer van het Woord moet verstaan en geloofd worden. Het moet buiten de natuurlijke, normaal geaccepteerde feiten gekend worden - dat het Goddelijke waarheden bevat, dat het uit God komt door middel van bepaalde door God geïnspireerde mensen. Het moet gezien worden als aanpasbaar aan het begrip van de mensen van de verscheidene Kerken die op aarde zijn geweest. Daarom zullen we verscheidene leerstukken over het Woord verklaren uit de inwendige of geestelijke zin zoals geopenbaard in dit nieuw Woord uit God.
Ten eerste moet de noodzaak van het Woord door ieder godsdienstig mens worden erkend. Hoe kan hij anders de Heer kennen? Men kan niet over de Heer, over de Hemel en de hel of zelfs over het leven na de dood leren uit het licht - het verstand - van de natuur. Toch denken veel mensen dat ze over God uit het licht van de natuur kunnen leren en dat openbaring uit God niet nodig is. Deze mensen zeggen dat de boeken van de Bijbel door de mens geschreven zijn, dat het een slim devies is om mensen te beheersen. Om te zien dat het Woord noodzakelijk is, dat God niet gekend kan worden behalve door openbaring, kijk naar de vele geleerden in de wereld. Is hun begrip van de wetenschap niet veel meer ontwikkeld dan die van anderen? En toch is het bekend dat velen van hen het Goddelijke verloochenen en in plaats daarvan de natuur erkennen. Veel van die mensen zijn geboren waar het Woord bekend is, en als zij uit hun hart en niet vanuit enige leer spreken ontkennen ze dat er leven na de dood is. Ze ontkennen dat er een Hemel of een hel is. Ik denk dat de reden hiervoor is dat de mens in de boosheden van de eigenliefde en de liefde tot de wereld is geboren. Hieruit ziet men dat er openbaring uit de Hemel moet zijn, omdat de mens voor de Hemel is geboren. Is de Openbaring of het Woord van God niet het vat waardoor geestelijke en hemelse dingen van de Hemel verbonden worden met de aarde? Hoe anders kan de mens onderricht worden in de waarheden van het geloof welke de wetten van de orde zijn in het rijk waar de mens voor eeuwig gaat leven.
Daarom is het noodzakelijk de leer over het Woord te kennen, wat het Woord inhoudt, dat het uit de Hemel uit God is en niet uit de mens. U heeft de noodzaak van het Woord gezien en in wezen zou de mens verloren blijven als het Woord van God niet aan hem vanuit de Hemel geopenbaard wordt. Nu kunt u zien dat er altijd enige verscheidene vormen van openbaring bij de mens geweest is. Ten eerste vóor de zondvloed, toen er geen schriftelijke taal was, zijn de Waarheden van God, Zijn Woord in het hart van de mens geschreven. Deze 'openbaring' aan de mens was direct. Men kan in Genesis lezen dat er gemeenschap en communicatie met God en de Engelen was. Wat hiermee bedoeld wordt is 'perceptie'. Behalve de woorden in Genesis, waar we lezen dat Jehovah de mens geboden heeft van alle boom dezes hofs te eten behalve van de boom der kennis des goeds en des kwaads en zelfs duidelijker, waar er staat: En Jehovah God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? en Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? (Genesis 2: 16,17 en Genesis 3: 9,11) is er ook dit bewijs in Genesis 6: 8: En Noach vond genade in de ogen van Jehovah. Het is zelfs uit het letterlijke verstaan van deze woorden duidelijk dat er 'openbaring' uit God is geweest en niet uit enig schriftelijk Woord zoals we heden ten dage hebben. Het was een directe en onmiddellijke openbaring en daarom was er een perceptie (gewaarwording) in de mens uit de Heer. Het kan gezegd worden dat de waarheden in hun 'hart' geschreven zijn. In het Woord wordt het 'hart' dikwijls gebruikt om de liefde of de wil aan te duiden. Aldus kan men zien dat er een openbaring uit God aan de mens was van de waarheden en goedheden al was er in die tijd geen schriftelijk Woord dat de mens in zijn gemoed, dat wil zeggen, zijn wil en zijn verstand, op kon nemen of zich toeëigenen. Er wordt dikwijls gezegd dat de mensen toen in de gouden eeuw leefden. Voor degenen in de Nieuwe Kerk echter, worden ze mensen van de Oudste Kerk genoemd en mensen in de Hemelse Kerk.
We weten dat deze eeuw voorbij ging, dat de mens 'tot zonde is vervallen', en dus eindigde zijn perceptie en de onmiddellijk of directe openbaring. De dingen op aarde die Hemelse dingen uitbeeldden of betekenden, en die uit de Hemel werden medegedeeld kwamen tot een einde. De volgende openbaring uit God was het schriftelijke Woord van de Oude Kerk, de Geestelijke Kerk. We zien het bewijs van dit schriftelijke Woord op verscheidene plaatsen in het Oude Testament. Men moet weten dat dit Woord uit het nageslacht van de Oudste Kerk is ontleend. Men moest nu leren door middel van de leer. Hij werd afgescheiden van de liefde van God binnenin hem, en kon de waarheden of de liefde niet langer door perceptie kennen. Dit wordt uit de woorden in Genesis 5: 24 verstaan: Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg. Het was voorzien dat het vermogen van de mens tot perceptie zou vergaan en dat hij de Waarheid niet langer zou weten behalve als hem dat onderwezen werd. Het leren komt door de zintuigen. Dus door het wegnemen van de mens -Henoch- door God in plaats van zijn sterven, of in plaats van het sterven van de waarheden van de Heer binnenin hem, wordt bedoeld de leer bewaren voor gebruik voor de Oude Kerk. Henoch was van de Oudste Kerk die dit deed. Door het ontwikkelen van de gesproken taal en de schriftelijke taal, door het vermogen de waarheden die aan de Hemelse mens verteld werden op te tekenen, werd het Woord van God geopenbaard aan degenen die volgden. Toen is het Woord van de Oude Kerk beëindigd zoals dat van de Oudste Kerk.
Men ziet bewijs van het Woord van de Oude Kerk in het geschrift door Mozes: Daarom wordt gezegd in het Boek van de oorlogen van Jehovah: Tegen Waheb, in een wervelwind, en tegen de beken Arnon, en den afloop der beken, die zich naar de gelegenheid van Ar wendt, en leent aan de landpale van Moab (Numeri 21: 14, 15). En: Daarom zeggen zij, die spreekwoorden (of de Profeet Spreekwoorden) gebruiken: Komt tot Hesbon; men bouwe en bevestige de stad van Sihon! Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon; een vlam uit de stad van Sihon; zij heeft verteerd Ar der Moabieten, en de heren der hoogten van de Arnon (Numeri 21: 27, 28). De namen van het boek van de Oude Kerk waren De oorlogen van Jehovah en De spreekwoorden. En, net zoals ons Oude en Nieuwe Testament waren zij ook geïnspireerd en aangepast aan de mensen die toen leefden, maar heden ten dage zijn ze niet meer bij de mens. Er waren ook andere openbaringen zoals gezien kan worden in de woorden van de profetieën van Bíleam: Ik zal hem zien, maar nu niet; &…; er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren (Numeri 24: 17). En toen deze Kerk ook beëindigde en de Israëlitische Kerk ontstond kwam er nog een openbaring uit God. Geïnspireerde mannen schreven het Woord en die Kerk -de Israëlitische en Joodse Kerk- werd door middel van het Oude Testament onderwezen. Nog later, nadat de Heer op aarde was verschenen werd nog een nieuwe Kerk gesticht -de Apostolisch en de vroege Christelijke Kerk- waarvoor er nogmaals bepaalde mannen geïnspireerd werden te schrijven om een nieuwe Openbaring uit de Hemel aan de mens te openbaren.
Het is niet alleen een openbaring uit God geweest, maar deze openbaringen -het Woord- zijn ook voortreffelijk en goddelijk in alle onderdelen. Het Woord dat ons bekend is als de Bijbel maakt dit duidelijk want daarin zegt de Heer: Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet éen jota noch éen tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied (Mattheus 5: 18). Hieruit echter wordt meer bedoeld dan slechts historische feiten, of slechts een leerstuk van de natuur dat op de leer van het geloof is toegepast. Het Woord is Goddelijk geïnspireerd en heeft vermogen in het gemoed, het werkt voor het goede meer dan voor de geschiedenis, want geschiedenis op zich brengt heel weinig tot stand van de hervorming, wederverwekking en het eeuwige leven van de mens. Historische feiten en kennis worden in het andere leven vergeten. Hieruit kan men verstaan dat het Woord in de Hemelse en Geestelijke zin Goddelijk is, maar niet in de natuurlijke zin, want de Goddelijke waarheden zijn verborgen binnenin de zijdelingse zin en in het wezen ervan - de liefde van God en de waarheid.
Omdat het Woord bij de mens de Kerk bij de mens maakt, spreek het vanzelf dat de Kerk bestaat naar gelang van het verstaan van het Woord. De mensen van de Oudste Kerk hebben de Heer door perceptie gekend, en waren, zoals we hebben geleerd, hemels. De mensen van de Oude Kerk hebben de waarheden van het Woord van God geleerd zoals deze uit de Hemelse Kerk geschreven en opgetekend zijn, dus hebben zij begrepen wat de natuurlijke dingen op aarde betekenden en in de Hemel aanduidden. Die mensen werden de Oude Kerk en waren geestelijk. Hun Woord ging mettertijd aan de wereld verloren, en dus viel de mens tot de natuurlijke graad van het leven. Hij kon niet langer geestelijke dingen -dingen van de Hemel- waarnemen, en dus werd een nieuw Woord geschreven om deze mens -de mens van de Israëlitische en de Christelijke Kerken- te voorzien, wat het Woord van het Oude en het Nieuwe Testament is.
De Kerk bestaat waar het Woord is en daar vandaan is waar de Heer gekend is en de Goddelijke waarheden onthuld worden. Het tegenovergesteld is echter niet waar. Degenen die geboren zijn waar het Woord is, zijn niet de Kerk. Alleen zij die wederverwekt zijn door de Heer door middel van het Woord en die leven volgens de waarheden van het Woord en dus een leven van liefde en geloof daaruit leven, zijn de Kerk.
De leer van de Nieuwe Kerk dat nu uit de Hemel naar de aarde neerdaalt zoals in Openbaring 21: 1, 2 wordt verstaan, is dat het Woord niet begrepen wordt tenzij de mens verlicht wordt. Dit komt omdat het redelijke van de mens uit natuurlijke wetenschappen verstaat, en dus kan hij dingen daarboven, zoals geestelijke dingen, niet begrijpen. Bijvoorbeeld: er wordt gezegd dat de mens uit de Heer leeft en dat hij geen leven heeft behalve uit de Heer. Het redelijke neemt aan uit schijnbaarheden dat de mens dan niet kan leven behalve uit zichzelf, maar toch leeft hij echt voor het eerst wanneer hij ziet dat hij uit de Heer leeft. Waar vandaan wordt de mens verlicht dat hij kan verstaan, niet in schijnbaarheden, want de letter van het Woord is in schijnbaarheden geschreven opdat een mens naar gelang van zijn staat, die natuurlijk is, kan begrijpen, en hij de inwendige of geestelijke zin niet ziet tenzij hij verlicht is? Met andere woorden hoe wordt de echte of ware betekenis van het Woord begrepen? Dit is onmogelijk tenzij de mens verlicht wordt, en zij die verlicht worden zijn degenen die een liefde tot en geloof in de Heer hebben. De innerlijkheden van zo'n mens, -zijn verstaan- worden dan opgeheven door de Heer tot het 'licht' of het verstaan van de Hemel.
Op de volgende bladzijde over de leer zullen we verdergaan in de leer over het Woord, en de geestelijke of inwendige zin ervan.