In Swedenborgs "De Echtelijke Liefde" nummer 270 staat een Gedenkwaardig, waarin hij een ervaring beschrijft. Hij beleefde ze toen hij verdiept was in gedachten over de echtelijke liefde - het huwelijk van het goede en ware - en zich afvroeg waar in het gemoed van de mens ze zetelt. Wat hij zag en ervoer, speelde zich af in zijn gedachten; hij zag met zijn geestelijke ogen, dat wil zeggen, met zijn verstand. In de "Gedenkwaardigheden" heeft zijn werk een stijl die verschilt van die waarin de waarheden op een andere wijze geleerd worden. Ze worden hier namelijk onderwezen door middel van verhalen. Deze manier lijkt veel op het onderricht van de Heer door middel van gelijkenissen, maar in dit geval had het verhaal op hem persoonlijk betrekking. Het lijkt op de door de Profeten geschreven verhalen, waarin zij in zekere mate, als waarnemer betrokken zijn bij het verhaal, waarover ze later schrijven. Swedenborg nam echter dikwijls deel aan wat in het verhaal gebeurde.
Waar denkt u aan, als u nadenkt over het menselijk gemoed? Zijn het niet aandoeningen, percepties en de gedachten ervan? Kan een gedachte ontbloot zijn van enige aandoening of liefde? Laat ons, met dit in gedachten, zien wat de Heer Swedenborg opdroeg op te schrijven.
De gemiddelde mens die in het Woord gelooft, zou zeggen dat de profeten en andere schrijvers van Bijbelboeken, uitverkoren mensen waren wier gemoederen God had geopend zodat zij dingen konden zien die anderen niet zagen. Eenvoudigweg gezegd, die mens gelooft iets, omdat zijn geloof hem leert dat het zo is, al begrijpt hij het niet op redelijke wijze. Hij gelooft dat het zo is, omdat zijn natuurlijke zintuigen het bevestigen en daarom is het voor hem de waarheid. Hij verstaat de letterlijke betekenis van het Woord op natuurlijke wijze. Hij is er zich niet bewust van dat alleen zijn natuurlijk verstaan van het Woord geopend is, maar dat zijn geestelijk gemoed nog gesloten is vanwege de staat waarin hij is en vanwege zijn natuurlijke dat gevormd is door redeneringen en niet door de geestelijke betekenis die uit God is.
De mens die van de Nieuwe Kerk is en die dus in het Woord gelooft en er vertrouwen in heeft, begrijpt de verhalen die de profeten, de Evangelisten en Swedenborg schreven. Hij is het ermee eens dat bepaalde mensen uitverkoren waren om over godsdienstige waarheden te schrijven, maar hij is er zich ook van bewust dat de door hem geschreven waarheden tevens een inwendige betekenis hebben. Als hun namen in het Woord vermeld worden, wordt in de geestelijke zin niet de genoemde persoon bedoeld, maar zijn hoedanigheid.
Voor hen die deze Gedenkwaardigheid niet gelezen hebben, citeer ik: Eens op een morgen na de slaap, verdiepte zich mijn denken in enige verborgenheden der echtelijke liefde, en ten slotte in deze: 'In welk gebied van het menselijk gemoed zetelt de waarlijk echtelijke liefde, en vandaar in welk de echtelijke koude?' Ik wist dat de gebieden van het menselijk gemoed er drie zijn, het ene boven het andere; en dat in het laagste gebied de natuurlijke liefde woont, in het hogere de geestelijke liefde, en in het hoogste de hemelse liefde; en dat in ieder gebied het huwelijk van het goede en het ware is; en dat, omdat het goede der liefde is en het ware der wijsheid is, in ieder gebied het huwelijk is van de liefde en de wijsheid; en dat dit huwelijk het zelfde is als het huwelijk van de wil en het verstand, aangezien de wil het receptakel van de liefde is, en het verstand het receptakel van de wijsheid.
We lezen in die Gedenkwaardigheid dat Swedenborg in gedachten verdiept was. De hoedanigheid die hem tot een voorbeeld voor ons maakt, is dat hij een dienstknecht des Heren was. Hij schreef gehoorzaam alle dingen op die de Heer aan hem openbaarde, ofschoon sommige dingen die hij opschreef maakten dat velen hem beschouwden als iemand die niet goed snik was. We kunnen op die manier inzien dat niet de persoon Swedenborg bedoeld wordt, maar zijn hoedanigheid als dienstknecht van de Heer. Allen die net als Swedenborg dienstknechten van de Heer worden, maken het Hem mogelijk door middel van hen ten behoeve van een of ander hoger goede te werken. In die betekenis zijn ze in deze wereld van nut. Zulke mensen laten zich gewillig leiden; zij kunnen door de Heer die hun nieuwe waarheden leert, onderwezen worden want Hij geeft hun Zijn liefde. Het einddoel is immers dat zij tot een beeld en gelijkenis van de Heer worden.
Wij zouden ons moeten afvragen: Wat is dat beeld en die gelijkenis van de Heer? Doordat we het Oude en het Nieuwe Testament, en het Latijnse Woord, de religieuze geschriften van Swedenborg, gelezen hebben, weten we dat de hoedanigheden van God Liefde en Wijsheid zijn. Liefde wil van het zijne geven. Ze is uit God en schrijdt uit Hem voort als de Goddelijke Wijsheid. Maar waarin vloeit die Liefde en Wijsheid? Zij vloeit in de Mensheid, in Gods Schepping, in u en in mij. Zij vloeit in de wil en in het verstand die in ons geestelijk gemoed zijn. De liefde vloeit in de wil en de wijsheid in het verstand.
We kunnen zeggen dat de wil het opnemende en het vermogen is van Gods liefde, en dat het verstand het opnemende en het vermogen is van Zijn wijsheid. Houd die twee hoedanigheden van God, Zijn liefde en Zijn wijsheid, in gedachten en houd de twee opnemenden en vermogens, de wil en het verstand van de mens in gedachten. Ze zullen ons naderhand helpen iets te begrijpen van het in gedachten verdiept zijn, zoals Swedenborg was en hetgeen iedereen ervaren kan die verlangt te weten over welke kwestie Swedenborg nadacht.
Iemand die in gedachten verdiept is, bevindt zich als het ware in een andere wereld. En als iemand in gedachten verdiept is, gaan die gepaard met wat hij/zij zich in het leven eigen heeft gemaakt door middel van godsdienstige en wereldse kennis. Dat is, zo te zeggen, het beginpunt. Swedenborg wist allerlei bijzonderheden over het menselijk gemoed voor hij die andere wereld binnentrad. Hij wist dat er drie gebieden van het gemoed zijn. U herinnert zich dat hij aan het denken was over de 'echtelijke liefde'. Al weten we heel weinig over 'liefde' dan weten we toch dat liefde betekent bij elkander te willen zijn, wat men heeft met de ander te willen delen en dat er geen echte liefde is als er niet een verlangen is naar een verbinding of huwelijk tussen de twee partijen. Wat betekent het echter dat liefde is verbonden of gehuwd willen zijn met iemand? Laat ons, voor we deze vraag beantwoorden, haar in gedachten houden, want ze is van zeer veel belang voor onze overdenkingen over het menselijk gemoed en over dit verhaal oftewel deze 'Gedenkwaardigheid' met betrekking tot een ervaring van Swedenborg waarover hij schreef.