Lezing over De vierde Staat van de Kerk in de Mens - Deel 5
door Ds. Paul Booth
In die leer lijken er twee goden te zijn, god de Vader, die ook door velen Jehovah wordt genoemd, en god de Zoon, zowel de ene als de andere van eeuwigheid aan. En onder de invloed van het Goddelijke Voortgaand verstaat men een derde god die men de Heilige Geest noemt. Men weet/erkent niet dat God Zelf op aarde kwam en het Menselijke aannam, Zich zodoende manifesteerde, waardoor Hij zichtbaar werd en dientengevolge de mensheid kon verlossen, zodat de mens met Hem en met de Hemel verbonden kon worden. In die leer was het de wil van de Vader dat zijn Zoon in de wereld zou komen opdat de mensheid, die anders de eeuwige dood zou sterven, behouden zou worden. Men noemde dat 'De Goddelijke Gerechtigheid'. De mens van die Christelijke Kerk meende dat de Zoon de eis van de Vader om gerechtigheid vervulde door Zijn lijden en sterven aan het kruis, waardoor de Vader vanwege hetgeen de Zoon gedaan had, de mens die dat geloofde en met de mond beleed, zelfs als hij al in zijn sterfbed lag, onmiddellijk vergeving schonk en in de hemel opnam 'want,' zei (zegt) men, 'God (de Vader) is genadig'.

Begoochelingen en valsheden waren binnengeslopen in de gemoederen van de mensen van die Kerk. En net als alle vroegere Kerken eindigde ook deze Kerk in verwoesting, dat wil zeggen, dat boosheden en valsheden over de mensen van die Kerk gingen heersen. Dat bracht die Kerk tot haar staat van voleinding, welke het einde van die Kerk op aarde was. Dit wordt hoofdzakelijk in het Boek 'De Openbaring' van het Nieuwe Testament beschreven. In dat Boek lezen we over het einde van de oude Christelijke Kerk, die bekend werd als, onder andere, de Grieks-orthodoxe kerk, de Rooms-katholieke Kerk en de protestantse Kerken. Heden ten dage is het duidelijk dat de vroegere Christelijke Kerken, die net als de eerdere Kerken geëindigd zijn, omdat zij afgeweken zijn van de Waarheid, hun natuurlijk verstaan van het Woord boven de leringen van de Heer stelden en stellen.

Maar de liefde van de Heer heeft het mogelijke gemaakt dat de mensen toch naar de Hemel kunnen gaan. Want niet alleen door Zijn kruisdood, maar door Zijn gehele leven op aarde heeft Hij Zijn Menselijke met Zijn Goddelijke en Zijn Goddelijke met Zijn Menselijke verenigd, en is Hij het Goddelijk Menselijke geworden. Naastenliefde en geloof kunnen nu in de mens met elkaar verbonden worden. Zo wordt de weg in de mens geopend, kan het ware in het geestelijke van de mens binnengaan en wordt er een nieuwe Hemel gevormd, uit welke een nieuwe Kerk op aarde in de mens kan ontstaan. En naarmate de Hemel in de mens wordt gevormd, worden de boosheden uit de hel die in de mens invloeien, onderworpen. Daardoor wordt heden ten dage de mens die zijn boosheden schuwt, door de Heer verlost, niet door geloof zonder naastenliefde, maar doordat hij zijn zonden verafschuwt en doet wat goed is overeenkomstig de waarheden die hij geleerd heeft vanuit de Heer, dat wil zeggen uit het Woord, de predikingen enz.

Nog een valsheid van die Christelijke Kerk kunnen wij zien in het feit dat de mens niet uit zichzelf de liefde van de Heer beantwoordt. Want hoe zou hij dat kunnen, als hij meent dat die Goddelijke Hoedanigheden hemzelf toegerekend worden en van hem zijn? Zij die tot de oude Christelijke Kerk behoren, verwerpen vaak de waarheid dat de Heer in de mens is en de mens in de Heer, als hij Hem volgt. En als ze zeggen dat zij dat wel geloven, weten ze niet op hoedanige wijze de Heer in de mens is. Ze denken dan dat het eigenlijk een wild dier is dat op wonderbaarlijke wijze in een méns veranderd wordt. De Heer is echter alleen maar in het bewuste van een mens in diens geestelijk leven en geeft zodoende die mens geestelijke vrijheid. Want de mens die meent dat hij uit zichzelf levend is, dus van zichzelf het leven heeft, wil niet werkelijk geloven dat het de Heer Alleen is die de macht heeft hem te verlossen. In plaats daarvan gelooft hij in het wonder van de bekering met de mond zonder wezenlijk berouw. Er zijn vele waarheden in het Nieuwe Testament die betrekking hebben op de oude en de nieuwe Christelijke Kerk. Er staat, bijvoorbeeld, in Lucas het verhaal over de mens die van Jeruzalem naar Jericho ging en onder de moordenaars viel, die hem ook uitgekleed en daarbij zware slagen gegeven hebbende, heengingen en hem half dood lieten liggen. Jeruzalem betekent hier de ware Kerk en Jericho de mens der oude Kerk, die waarheden en goedheden wéet, maar er niet naar leeft, zoals blijkt uit de gedragingen van de priester en de Leviet. De Samaritaan betekent hier echter de naties die in het goede der naastenliefde zijn en de mens die van Jeruzalem naar Jericho ging, betekent zij die onderricht willen worden in de waarheden en de kennis betreffende de echte Kerk (zie Apocalyps Ontvouwd 444c-13).

Ten slotte was die Kerk voleindigd, zoals in het Boek 'De Openbaring' voorzegd is. Toch blijft nog heden ten dage voor hen die de dogma's van de vroegere Christelijke Kerken geloven, de nieuwe Openbaring van het Derde Testament gesloten. Zij blijven geloven in een toekomstige, natuurlijke ramp, waarin alle Christenen op wonderbaarlijke wijze alleen maar op grond van hun geloof, behouden zullen worden. Maar de Heer maakte het door Zijn Komst mogelijk dat de mens naar de Hemel geleid kan worden. Want na Zijn kruisdood was Zijn Verheerlijking, dat wil zeggen, de Goddelijkmaking van Zijn Menselijke, voltooid en was Hij dus verenigd met de Vader, het Goddelijke Zelf in Hem, en werd Hij het Goddelijk Menselijke, met andere woorden, God-Mens en Mens-God. De weg was in de mens in algemene zin geopend, en wordt zo in iedereen geopend die wederverwekt wordt. Dan treden de waarheden en goedheden het geestelijke van de mens binnen en wordt hij/zij daardoor voorbereid voor het leven in de Hemel, omdat hij/zij boosheden in zich vanuit de Heer als uit zichzelf onderworpen heeft.

Sommigen uwer vragen zich nu misschien af waarom het noodzakelijk is dat de Nieuwe Kerk op aarde opgericht wordt. Het antwoord is: Omdat begoochelingen en valsheden de dogma's van de oude Christelijke Kerk zodanig doortrokken hebben dat die Kerk in wezen geheel verdorven is. En zonder ware Kerk op aarde kan de mensheid niet blijven bestaan. Want zonder echte waarheden te weten en erkennen en zonder een waarachtige leer verstaat geen mens het Woord. Daarom moest er weer een overeenstemming komen tussen de Heer en de mens, oftewel tussen de Hemel en de Kerk. De mens leeft in de natuurlijke staat, waarvan de lichamelijke en zintuiglijke de buitenste zijn. En als hem niet bekend gemaakt kan worden wat de letterlijke zin van het Woord op geestelijke wijze betekent, kunnen hem de echte waarheden niet geleerd worden en kan hij ze niet gehoorzamen en erdoor verlost worden. Dit wordt bevestigd door het feit dat de mensen heden ten dage de waarheid dat de Heer binnenin hun ziel woont, loochenen. Hij is in het nieuwe verstand en de nieuwe wil van de mens en geeft hem/haar de waarheden en goedheden uit het Woord, waarin geleerd wordt dat de Vader in de Zoon is en de Zoon in de Vader, Jehovah in de Heer Jezus Christus is en de Heer Jezus Christus in Jehovah God. Tenzij een mens dit gelooft en het lief heeft dat het zo is, kan er geen wederkerigheid en geen verbinding zijn. Want dan heerst in hem de eigenliefde of de liefde van de wereld. Zonder die liefde en dat geloof is de mens niet vrij en meent hij dat hij uit zichzelf leeft, uit zijn eigene of proprium. Dan is het de Heer niet mogelijk hem te verlossen. Daarom hoopten de Israëlieten en de joden telkens weer op wonderen en daarom spelen wonderen nog heden ten dage zo'n belangrijke rol in sommige Christelijke Kerken. De gelijkenis in Lukas 10: 30 e.v. over de mens die van Jeruzalem naar Jericho ging, in de handen van moordenaars viel, die hem verwondden en halfdood lieten liggen, beschrijft het einde van de oude Kerk, dat in Mattheüs 24: 15 de gruwel der verwoesting wordt genoemd, en het begin van een nieuwe Kerk. Wonderen kunnen niemand met God verbinden. Dat geloof is een van de redenen dat de Christelijke Kerk ten einde kwam. Andere redenen zijn dat de Kerk zich van de Heer afkeerde door haar leer van de drie goddelijke personen, en dat zij daarmede het leven van het Goddelijk Menselijke verwierp. Ook het bij(geloof) van de Rooms-katholieke Kerk en andere kerkgenootschappen in wonderen droeg daartoe bij. En zo lang als een Kerk, en dus een mens, niet in de Geest der Waarheid, de Trooster, gelooft, maar in het eigen inzicht, is er voor hem/haar nog geen verlossing mogelijk.

Ten slotte zou ik nog twee opmerkingen willen maken. Vele leden van de oude Kerken denken nauwelijks na over de dogma's van hun eigen Kerk, maar leven wel in zekere mate volgens de leer van de Nieuwe Kerk. Anderzijds zijn zij die zich lid van de Nieuwe Kerk noemen, geen werkelijke, levende leden van die Kerk voorzover ze innerlijk en vaak ook uitwendig in hun denken en handelen nog deel uitmaken van de oude Kerken.
HET EINDE
| About |
Site Content Copyright 2001 by The Lord's New Chapel All Rights Reserved
Site Concept and Creation Copyright 2001 by Stealth Media Solutions All Rights Reserved