Lezing over De vierde Staat van de Kerk in de Mens - Deel 3
door Ds. Paul Booth
Er ontstond elke keer een nieuwe Kerk nadat de voorgaande geëindigd was. Het was de Heer die haar stichtte, dat wil zeggen, oprichtte. We zagen dat in de Kerk waarin Hij aan Abraham, aan Mozes en zelfs aan het volk verscheen. In de Israëlitische en Joodse Kerk verscheen Hij als Mens aan een mens. Dat waren geestelijke openbaringen door middel van Engelen. Als die geschiedden sprak de levende stem van God tot iemand door middel van de profeten. Deze openbaringen werden opgetekend en werden daarmede het Woord van God, het Oude Testament. De waarheden ervan konden door de mensen opgenomen worden door middel van hun natuurlijke zintuigen, zoals reeds aangetoond is ten aanzien van de leden van de Oude Kerk en ten aanzien van die van de Israëlitische en Joodse Kerk. In de staat van de Christelijke Kerk kwam de Heer Zelf als mens op aarde en leerde Hij Zijn discipelen en enige andere mensen de nieuwe waarheden. Dat was het begin van weer een nieuwe Kerk - de Primitieve Kerk. Kort daarna werd het Nieuwe Testament geschreven. De staat van deze nieuwe Kerk was aanvankelijk die van onschuld. En er was wederkerige liefde en broederlijke liefde voor het ware zoals oorspronkelijk bij Kaïn en Habel, welke de leer des geloofs en die der naastenliefde betekenen, die van de Oudste Kerk waren. Ik denk dat u zich kunt indenken dat de naastenliefde en het geloof toen zij pas gevestigd was als twee broeders met elkaar samenwoonden in die nieuwe Kerk.

Zodanig was de Eerste Christelijke Kerk vanaf de tijd dat de Heer Zijn discipelen en anderen die Zijn volgelingen werden in de eerste eeuwen van het bestaan van die Kerk, onderrichtte. In het begin werden de liefde en het geloof van haar leden sterker. Maar zij begonnen later geleidelijk meer en meer te verkoelen. De leer van het geloof (alleen) kwam op en daarmede ontstonden onenigheden en ketterijen. U ziet dat in de geschiedenis ervan. Bij een vluchtige blik in die geschiedenis, wordt ons al duidelijk dat ze overeenkomst vertoonde met de Geestelijke Kerk. De leden van beide Kerken hadden de mogelijkheid de Goddelijke Waarheden in een helderder licht te gaan zien. Maar dat gebeurde niet. Zij hadden in de waarheden des geloofs kunnen zijn, dat wil zeggen, in de Heer, als zij de innerlijke dingen hadden erkend door in de Heer te geloven en in echte naastenliefde te leven. In de plaats van de offeranden van de Geestelijke Kerk stelde de Heer de sacramenten van Doop en Heilig Avondmaal in, die de inleiding van de mens in de Kerk op aarde en in de Hemel uitbeelden en aanduiden. In de beginstaten van de Eerste Christelijke Kerk waren de Heilig Avondmaalsvieringen feesten en werd er niet - zoals heden ten dage - slechts brood en wijn bij gebruikt. Ze beschouwden die Maaltijden als bijeenkomsten met de Heer. Hij was als het ware temidden van hen, zoals bij het Laatste Avondmaal met Zijn discipelen. In het tijdperk van de Primitieve of Apostolische Kerk vereerden de leden van die Kerk, vooral in het begin, het Goddelijk Menselijke van de Heer tijdens en door die Heilig Avondmaalsvieringen. Later verdween dat geloof langzamerhand. Zoals we al zeiden waren die Avondmalen feesten waarbij de leden van die Kerk bijeen waren en van harte van die samenkomsten genoten. Avondmalen waren symbolisch voor de vergezelschapping van de leden van die Kerk en voor de bevestiging van hun eenheid.

Net als bij de Oude Kerk betroffen de leringen van deze Kerk de liefde en de naastenliefde, de dingen zelf die de Heer aan Zijn discipelen had onderwezen. In het begin werden allen die in het goede waren, broeders genoemd, maar later alleen zij die van hun eigen gemeente waren. Ook hadden zij aanvankelijk geen andere leer dan die van de liefde en de naastenliefde. En evenals de Oude Kerk erkende deze Kerk het ware betreffende het Goddelijk Menselijke van de Heer.

De Primitieve of Apostolische Kerk verstond de waarheden aangaande het Goddelijk Menselijke van de Heer en zij bevestigde die. Dat blijkt uit de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het goede en ware van de Primitieve Kerk - het begin van de Christelijke Kerk - kon vergeleken worden met het begin van de Oude Kerk. Beide waren geestelijk. Door middel van het Woord ontving de Oude Kerk de invloed van het goede en ware, en verlichting, aangezien het Woord geschreven was in zuivere overeenstemmingen, die echter slechts begrepen werden door hen die in de liefde en de naastenliefde waren. Evenzo verstonden alleen zij die van de Eerste Christelijke Kerk waren, in het goede van de liefde en van de naastenliefde, en verlicht waren, bepaalde waarheden betreffende het Goddelijk Menselijke. We hebben gezien dat in de Oude Kerk uitwendige dingen - hemelse en geestelijke dingen van Zijn Koninkrijk - uitbeeldend waren voor de Heer. Wij weten nu dat die betrekking hebben op de liefde, de naastenliefde en het geloof daaruit. Dat waren de dingen in verband met de Apostolische Kerk.

Hoe kunnen wij dit verstaan? En hoe kan het uitgelegd worden? Het was de Oude Kerk die uit de Oudste Kerk overeenstemmingen verkreeg tussen de hemelse en de aardse dingen, welke bij hen het Woord vormden. Aan de Primitieve of Apostolische Kerk werd ook een Woord gegeven, het Nieuwe Testament. Maar noch het Oude Testament noch het Nieuwe onderwijzen de overeenstemmingen die in de Oude Kerk werden onderwezen, want die zijn voor de mensheid verloren gegaan. In de eeuwen na de Wederopstanding van de Heer werden de Boeken van het Nieuwe Testament geschreven. Ook dat geschiedde vanuit de Heer. De Geest der Waarheid - de Heilige Geest - kan een mens overeenstemmingen leren en kan hem verlichten, zoals bij Mozes en de Profeten gebeurde. Maar de Heer sprak rechtstreeks met Zijn discipelen en met andere mensen en verklaarde dan de betekenis van Zijn woorden tot de Derde Kerk - de Israëlitische - en Joodse Kerk door gelijkenissen, die zij niet begrepen (wilden begrijpen). De Christelijke Kerk begreep de Heer in het begin wel, want zij geloofde dat Hij het Goddelijk Menselijke was, dat wil zeggen, de Heer verenigd met de Vader (Hun nageslacht werd die waarheid later ontrouw). Heden ten dage aanvaarden zeer weinigen deze waarheid. Hoewel de leden van de Eerste Christelijke Kerk het niet op heldere wijze konden verklaren, geloofden zij dat de Heer Zijn Menselijke met Zijn Goddelijke verenigd had en zodoende het Goddelijk Menselijke was geworden. Het blijkt duidelijk uit het Nieuwe Testament dat allen die de Heer verwierpen, de waarheden die Hij onderrichtte, niet konden begrijpen. En zo is het heden ten dage nog.

Deze Eerste Christelijke Kerk verschilde van hen die daaruit later voortkwamen, ten aanzien van het weten van geestelijke waarheden en het geloof erin. Zij was niet bekend met het geloof dat later aangeduid werd als de leer van de toerekening aangaande de verdienste van Christus en het daaruit voorvloeiende heil. De leden van de Apostolische Kerk vereerden de Heer Jezus Christus en dan tevens in Hem God de Vader. Dat was later niet meer het geval. Naarmate de nieuwe, door de Heer gestichte Kerk zich ontwikkelde kwam zij steeds meer in 'het Licht van de dag'. Zij werd 'de Apostolische Kerk' genoemd en bleef de derde eeuw door bestaan. Haar leerstellingen zijn beschreven in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Daaruit blijkt in welk licht zij de Heer zag en dat haar leden het ware geloof beleden. Sedert de Komst van de Heer op aarde is Hij tegenwoordig bij de mensheid in Zijn Natuurlijk Menselijke. Een van de leerstellige waarheden die de Apostolische Kerk ging geloven, was die van de Goddelijke Drievuldigheid in de verheerlijkte Heer Jezus Christus, het Goddelijk Menselijke. In haar toenmalige staat was een drievuldigheid van personen bij die Kerk onbekend. Toen veranderde er iets in dat geloof.
| About |
Site Content Copyright 2001 by The Lord's New Chapel All Rights Reserved
Site Concept and Creation Copyright 2001 by Stealth Media Solutions All Rights Reserved