Er is iets wat we allemaal met elkaar delen. Het maakt ons tot wat we vandaag de dag zijn. Het kan ons veranderen. We kunnen een beter leven leiden als we dat willen. Er is iets wat we allen gemeenschappelijk hebben - het leven. Geen onzer heeft erom gevraagd geboren te worden. Het leven is ons allen gegeven. De meeste mensen zouden nu veronderstellen dat we het hebben over ons natuurlijke, lichamelijke leven op deze aarde. Maar dat is niet het geval. Het is er wel een deel van. Het punt is namelijk dat, als dat 'het leven' is wat ik bedoel, we net als de dieren zijn. Die hebben allemaal alleen maar een natuurlijk, lichamelijk leven. Maar er is iets wat boven dat louter natuurlijke bestaan uitgaat. Dat is het geestelijke en het hemelse leven. Wij zullen eens allemaal het uitwendige leven van ons lichaam, dat we hier op aarde leiden, afleggen. En wat staat ons dan te wachten?
Diegenen van ons die godsdienstig zijn geloven in een Goddelijk Wezen, in een God die hen geschapen heeft en het leven geeft. De geheimen met betrekking tot die gebeurtenis verklaren zij door natuurlijke redeneringen, of noemen ze een Godsgeheim. Anderen maken graag een studie van die gebeurtenis of zijn er juist tevreden mee dat ze bestaan en willen er alleen maar het beste van maken. U begint nu misschien te denken dat we aan het praten zijn over God en de Schepping, over het scheppingsverhaal in het Boek Genesis van de Bijbel. En u denkt dan wellicht: Dat weet ik allemaal al, dat is iets voor godsdienstige mensen. Emanuel Swedenborg vestigt echter onze aandacht op iets waarover geen enkele andere religie het heeft in dat verhaal. Namelijk, dat de mens, toen hij geschapen was, niet slechts een natuurlijk bestaan had in een fysiek lichaam, maar ook een geestelijk en hemels leven had en heeft, terwijl hij nog hier op aarde is. Hij had zo'n leven in de Tegenwoordigheid van zijn Schepper. God was zijn hele leven, zijn natuurlijke, geestelijke én hemelse leven, bij hem. God was en is het leven van de mens, zonder Zijn Leven was en is er geen leven.
De meesten van ons hebben wel eens gehoord of gelezen wat er met de mensen die toen - in het begin van de schepping - leefden, gebeurde. Laten we er alleen maar van zeggen dat de mensheid heden ten dage niet zo'n leven heeft als in het scheppingsverhaal in Genesis beschreven wordt, een leven in een Paradijs. In algemene bewoordingen gezegd: de mens is een zondaar geworden en daardoor was de hoedanigheid van zijn leven geheel veranderd en daardoor leven wij heden ten dage bijna allen in een natuurlijke staat. De meesten van ons leiden uitwendig een fatsoenlijk zedelijk en burgerlijk leven, een achtenswaardig bestaan en genieten min of meer op verschillende niveaus van ons leven. Zo schijnt het althans voor onszelf en onze medemensen. Maar het is inmiddels een feit dat we in vele opzichten geneigd zijn alleen voor onszelf en uit ons eigene te leven, want van onszelf leven we alsof het leven van ons is, alsof we er zogezegd de eigenaars van zijn. Als we op die manier over het ons gegeven leven denken, verwerpen we in feite God en daarmede het ware, overvloedige leven dat God ons wil geven. U kunt inzien dat dat ons van God en het ware leven afscheidt. Dat was het ook wat Adam en Eva - de mensheid die toen leefde - deden door te eten van de boom der kennis van goed en kwaad, waarvan ze niet mochten eten, omdat zij zich zodoende die kennis toeëigenden en ze vervalsten, in plaats van ze vanuit de Heer op te nemen. Daardoor werden zij zich steeds minder bewust van Gods Tegenwoordigheid bij hen en werden zij ten slotte uit het paradijs verdreven, dat wil zeggen, uit het ervaren van een hemels, ja, zelfs een geestelijk leven.
Wat is het leven dat God ons allen geeft? Laten we het wonder van een geboorte nader bezien. Is het niet verbazingwekkend? Na de ontvangenis gaat het hartje zich in de foetus ontwikkelen. Het begint te kloppen en er gebeuren nog tal van andere dingen. Als de baby geboren is, begint zijn/haar ademhaling. Het kindje leeft! We spreken nu alleen maar over het fysieke leven van het natuurlijke lichaam met al zijn zintuigen. Wat geeft dat leven zijn hoedanigheid? Welke 'maatstaf' leggen we aan om iemand te beoordelen? Is het niet hoe goed en hoe waarheidlievend hij/zij volgens ons is? We beoordelen anderen immers als goed en betrouwbaar of als slecht en onbetrouwbaar.
Welnu, is de God die u kent, goed en betrouwbaar? Zijn de attributen en hoedanigheden van uw God Liefde en Wijsheid? De meesten van ons hebben zo'n beeld van God. Al wat geschapen is, heeft de een of andere wijze van verbinding met God en dus met wat goed en dientengevolge waar is. Als dat niet zo was bestond het niet werkelijk en leefde het niet volgens de Goddelijke Orde. De Hemel bestaat alleen uit hen die in een zodanig goede zijn en die het ware denken en spreken, en die daardoor verbonden zijn met God. Wij die nog op aarde leven, zijn zelden in die Tegenwoordigheid met God en in die goddelijke hoedanigheid die het ware leven is. Die goddelijke hoedanigheid ontbreekt ons. Allen die in de Hemel zijn, hebben verbinding met het goede en ware. En allen die in de hel zijn zijn verbonden met wat boos en vals is.
Het is dit gebrek aan de Tegenwoordigheid van het goede en ware van God in ons bewuste leven dat maakt dat wij een droevig leven leiden en dat we verlangen naar een beter leven waarin we de Tegenwoordigheid van God zullen ervaren en ervan zullen genieten. Want ons leven hier is een voortdurende worsteling, een strijd, een zware arbeid, omdat we in een evenwicht tussen de Hemel en de hel zijn. Enerzijds wil de Heer ons rechtstreeks en door middel van de Hemel op het goede pad brengen. En anderzijds probeert de hel voortdurend ons op het slechte pad te brengen. Soms is ons leven min of meer goed en leiden wij een redelijk waarheidlievend bestaan. In die tijden zijn we door middel van onze geest met de Hemel verbonden en middellijk door Engelen of onmiddellijk in verbinding met God, ofschoon wij dat niet beseffen. Maar in de tijden dat we een zelfzuchtig leven leiden en valse gedachten en boze begeerten koesteren, zijn we, terwijl we nog op aarde leven, door middel van onze geest in verbinding met de hel. Maar ook dat realiseren wij ons niet.
U kunt ongetwijfeld inzien dat we, als we het leven dat vanuit de Heer is opnemen en als we daarin zijn, verbinding hebben met het goede en ware. Maar als we alleen aanvaarden wat volgens onze eigenliefde, dus volgens ons eigen inzicht, goed en waar is, is ons leven uit het eigene. Dan zijn we verbonden met wat boos en vals, dus zondig is. Zo'n leven wordt in het Woord 'de dood' genoemd. Ik herinner u eraan dat in het verhaal over het paradijs wordt verteld dat de mens de vruchten van alle bomen van de Hof mocht eten, zelfs die van de boom der levens, die in het midden van de Hof stond. Maar dat als de mens van de boom der kennis van goed en kwaad at, hij zou sterven. Met andere woorden, door van de boom der levens te eten leefde de mens vanuit God, maar door van de boom der kennis van goed en kwaad te eten oftewel door uit zijn eigene te willen weten verwierp hij het leven dat vanuit God is en leidde hij een eigen leven, wat zijn geestelijke dood was. Wij kunnen nu ook inzien dat al hetgeen in het heelal volgens de Goddelijke Orde is, betrekking heeft op het goede en ware, dat wil zeggen, op de Heer God. Want zowel het Goddelijk Goede als het Goddelijk Ware vloeien in alle dingen van het heelal in. Daarom is het noodzakelijk dat we ons afvragen: Wat is die Goddelijke Orde? We hebben al gezegd dat de staat van de mensheid heden zodanig is dat God niet tegenwoordig kan zijn in het bewuste leven van verreweg de meeste mensen. Het behoort tot de Goddelijke Orde dat de mens zich alsof uit zichzelf voorbereid op de opneming van hetgeen van God is, opdat hij weer bewust de Tegenwoordigheid van God bij zich zal gewaarworden. De mens moet er zich op voorbereiden een receptakel (opnemende), een woonplaats van God te worden. Hij moet een tempel willen worden waarin God kan wonen.